Als kind tekende ik graag. Onlangs vond ik een stapeltje tekeningen van toen terug en zag dat, naarmate ik ouder werd, m’n tekenen evolueerde van vrij naar gekunsteld. Al snel blokkeerde m’n creativiteit en stopte ik ermee.

Als ingenieur in een topbedrijf reisde ik doorheen de wereld maar voelde me niettemin beland op een doodlopend spoor.

Onbewust was ik er altijd van overtuigd geweest dat de bron van mijn welbevinden te vinden is buiten mezelf.

Vaak verbleef ik in Japan en het land oefende een grote aantrekkingskracht op me uit. Het zenboeddhisme, diep verankerd in de Japanse samenleving, wekte m’n verlangen naar waarheid.

Na enkele jaren van innerlijke schoonmaak begon het te kriebelen en pakte ik m’n potlood weer op.

Kunst geeft ons het geschenk door te kunnen dringen tot diepere waarheden over onszelf en de wereld. De kunstenaar krijgt de taak toebedeeld zijn of haar diepste ervaring van de werkelijkheid te delen. De schilder kan daarbij hinten naar het illusoire karakter van het zintuigelijke leven.

Ik vind het fascinerend hoe verf, als vorm en kleur op doek, de illusie van een wereld van dingen kan scheppen.

De vluchtigheid van het alledaagse wordt ‘in de verf’ gezet en de focus hierbij is op weergave van het licht. Openheid voor het accidentele in het schilderproces is essentieel.

Illusie is inherent aan kunst maar ze hoeft niet te domineren. Het beeld kan een manier zijn om de kijker naar het schilderij te lokken en vervolgens te laten ontdekken dat het werk ook op zichzelf staat. Een manier om dit te bereiken is via het wegnemen van referentiekader waardoor het doek samenvalt met het beeldvlak.

Walter Swennen verwoordt het als volgt: ‘De schilderkunst is onmogelijk omdat ze de neiging heeft ofwel over te hellen naar het beeld ofwel naar de materie van het schilderij. De schilder probeert het schilderij in evenwicht te houden op de plek waar beide zaken elkaar ontmoeten.’

De schilder maakt het werk maar de echte inhoud is in de waarneming van de kijker.

Kobe Sabbe
14 november ‘19

Using Format